Krijgt de jeugd de toekomst wel? Of houden wij die vast?

24-02-2015 § 0

Een van de voordelen van zelfstandig adviseur zijn, is dat je zeker weet dat je weer vertrekt. Waar andere collega’s je werk voortzetten, mag jij weer verder. Nieuw werk, nieuwe inhoud, nieuwe collega’s, nieuwe leermomenten, nieuwe valkuilen, het is allemaal natuurlijk vooral spannend, maar steeds weer leerzaam.

Van mijn laatste opdracht heb ik afscheid genomen. En niet zo’n klein beetje! Met borrel, met terugblik-prezi, met eten, met emotie en plezier. Ik houd er een schitterend koffietafelboek aan over, dat zeker ook het lezen waard is, wijn, port, meer boeken. Maar vooral houd ik herinneringen vast aan een hectisch project waar mensen keihard hebben samengewerkt. Waar doorlooptijden met de helft verkort konden worden, waar de bestuurder meer dan betrokken was, waar hiërarchie geen essentiële rol speelde, waar bewoners serieus genomen werden en waar prachtige resultaten zijn geboekt. Waar we heel hard hebben gelachen en een rugzak inside-jokes hebben verzameld, waar we gezamenlijk nagelbijtend de besluitvorming hebben gevolgd, waar we echt allemaal even hard op elk niveau de stip op de horizon dichterbij hebben gebracht. Ik ben een tevreden mens. Hoewel…

Het laatste jaar werkte ik in de provincie Zuid-Holland (want daar vond al het bovenstaande plaats) samen met een medior communicatie-adviseur. Zij is een talentvol vakgenoot die het in zich heeft om door te groeien naar senior niveau. Dat doorgroeien mocht ik binnen mijn opdracht begeleiden, wat we deden in inspirerende coachingsgesprekken en discussies over de inhoud van ons vak. In  dat proces daagde ik haar uit mij van mijn plek te duwen: een echte senior claimt haar eigen werk, haar rol en haar plaats in de organisatie. Dat vond ze moeilijk. Die stap kwam iets te vroeg.

Ik kreeg twee nieuwe opdrachten die maakten dat de overdracht in Zuid-Holland werd teruggeschroefd naar een dag per week. Zo woonde ik nog een laatste bewonersavond bij, meer als toeschouwer eigenlijk. Ik kon afscheid nemen van contacten die ik altijd heb gewaardeerd. En daar was mijn collega: centrum van de organisatie, proactief, doorverwijzend, gastvrouw, informerend, in gesprek. Mij wegduwen was moeilijk, maar in de ontstane leemte stappen ging prima.

Toen begreep ik het pas goed: ik had haar moeder kunnen zijn, tussen ons gaapt een generatie. En die generatie gaapt over de volledige breedte van het project en vele andere werksituaties. Want mijn generatie is groot, gezond, fit en werkt nog jaren door. Op de meest interessante functies, in het management, op seniorniveau. Wij trekken aan touwtjes en draaien aan knoppen, wij hakken knopen, en dat vinden we leuk. Goddank bestaat de VUT niet meer, want wij zouden toch niet vertrekken. Maar onder deze enthousiaste generatie staat een nieuwe klaar, en nog één. Ook gezond en fit. Ook met jaren werk voor de boeg. Ook enthousiast. Ook vernieuwend. Vol inspiratie en veranderbereidheid. Leergierig, out of onze box denkend, trappelend van ongeduld.

Het is onze verantwoordelijkheid om deze collega’s de kans te geven. Daarvoor hoeven we heus geen ontslag te nemen. Neem ze mee naar belangrijke besprekingen, laat ze knopen hakken en touwtjes trekken. Geef ze ruimte door opzij te gaan. Neem vakantie als er een belangrijk besluit aan komt. Geef de belangrijke afspraak eens door aan een ander. En solliciteer nog een keer, als je die kans krijgt. Als de jeugd de toekomst heeft, geef ze die dan ook in handen. Wij hebben hun respect allang gekregen, wij kunnen heus nog wel bijsturen hier en daar. Het is mijn stellige overtuiging dat alles en iedereen er beter van wordt als we gelijkwaardig samenwerken met en ruimte geven aan deskundige jonge enthousiaste collega’s. Ik ben erg benieuwd wat zij van onze toekomst kunnen maken!

En mijn collega? Die komt er wel. Eigenlijk is ze er al.

§ Reageer op dit artikel